menu
Wieringer legendes - de Sammelkes

Volgens het oude Wieringer volksverhaal waren Sammelkes (ook wel Sammeltjes of Sommeltjes genoemd) een soort kaboutertjes die in een kuil op Zandburen woonden. Het waren gemoedelijke wezentjes die pijp rookten en op kleine fluitjes speelden. Zij hielden van blinkende voorwerpen. 's Nachts gingen ze op pad om zulke spullen te verzamelen. Wie 's avonds vergeten had een koperen pot of ketel binnen te halen of die niet goed poetste kon die 's morgens keurig gepoetst in hun kuil of ergens anders terugvinden. Wel moest je goed op zilveren munten passen: als je in het donker langs hun kuil liep had je grote kans die munten daar kwijt te raken. Bij het bewerken van het land vond men af en toe kleine pijpenkopjes die Sammelepiepkes werden genoemd (Wat men er niet bij zegt is dat de Nederlandse bodem bezaait ligt met kapotte stenen pijpen, vraag maar aan iedere willekeurige amateur-archeoloog!). Hun fluitjes leken ook verdacht veel op de restanten van pijpenstelen. Kleine kinderen werd verteld dat als zij 's avonds niet in huis bleven ze wel eens een Sammelke konden tegenkomen! In het verleden bezorgden de sammelkes ook de kleine kindertjes, maar deze taak werd later overgenomen door de ooievaars. De sammelkes werden langzaam overbodig, en in de 19e eeuw geloofden de mensen niet langer in sammelkes. De Sammelkeskuul verdween en werd gewoon bouwland. Sinds die tijd zijn er geen sammelkes meer gesignaleerd op Wieringen.

Sammelkes elders in het land

Behalve op Wieringen komen de Sammeltjes maar op n andere plaats voor: op Texel. Op Texel had men een Sommeltjesberg waar in 1777, bij n van de eerste opgravingen in Nederland, Romeinse overblijfselen zijn gevonden. De tekenaar Pieter van Cuyck, die in 1789 in zijn "Brieven over Texel en de nabij gelegen eilanden" ook over Wieringen schreef, heeft deze opgraving beschreven. Er was een rijke buit: een emmer, een bekken, bronzen beslag voor een drinkhoorn, messen, drie bijlen, sporen, een paardenbit met ketting, een haak om een ketel aan op te hangen, een steelpan met zeef voor de wijn. Van deze vondst is helaas niets bewaard gebleven, behalve een paar tekeningen. Van Cuyck weet ook dat de naam Sommeltjes in het plaatselijk dialect zoveel betekent als Spook of Geest.

Verhalen over dwergen en aardmannetjes vinden we niet alleen op Wieringen. Zij stammen uit vroegere pre-christelijke tijden en komen overal in het land voor. Het verschil is dat de dwergen meestal niet in een kuil maar op een heuvel wonen. Deze plaatsen blijken vaak vroegere grafheuvels of urnenvelden te zijn.
Onder Oss lag bijvoorbeeld de Hansjoppenberg in de nabijheid van een prehistorische begraafplaats. Een Hansjop is een soort dwerg. In andere streken werden zij Guurkens en Alven genoemd. In Brabant liggen veel Alvinnenbergen, Abergen of Asbergen. Ook hier zouden veel Germaanse urnen gevonden zijn.
Historici menen dat hier sprake is van een manier waarop mensen onbegrijpelijke verschijnselen, in dit geval herinneringen aan een verleden waarover niets meer bekend is, proberen te verklaren. Dit kan niet altijd op een normale manier, dus komen er veel witte wieven, kabouters, geesten en zelfs de duivel aan te pas. Elders zijn bronzen potten, urnen en ketels die op deze plaatsen gevonden zijn vaak het "bezit" van de kabouters genoemd. Op Wieringen was het "buit", spullen die zij van de mensen hadden gestolen. De Sammelkeskuul zou volgens deze theorie dus een restant of herinnering aan een oeroude heidense offer- of begrafenisplaats kunnen zijn. Al klopt dit met de gangbare theorien over dergelijke plaatsen in Nederland, er is bij de Sammelkeskuul nooit iets gevonden wat deze theorie bevestigd. De eigenaardige voorkeur van de sammelkes voor koperen voorwerpen zoals potten en pannen komt dus alleen in het verhaal voor en wordt voor zover we weten niet ondersteund door bijzondere vondsten zoals bijvoorbeeld op Texel of in Oss.

Beschrijvingen van de Sammelkeskuul

De in de Anna Paulownapolder werkzame Ds. O.G. Heldring, die grote belangstelling had voor alles wat de Oudheid aangaat, schrijft in de Geldersche Volksalmanak van 1845, dat hij op Wieringen, niet ver van Hippolytushoef een 'Sommeltjeskuil' heeft bezocht. Hij schrijft daar zwarte, asachtige moergrond aangetroffen te hebben, zoals die nergens anders op het eiland voorkwam. Daarin "stak een zeer aanzienlijk aantal scherven" Hij meende zodoende dat Zandburen waarschijnlijk een offer- of begraafplaats uit vroeger tijd was en schrijft dat daar Romeinse scherven aanwezig zijn.

C.J. Bruinvis (apotheker en amateur-historicus te Alkmaar) reageert in een in 1853 verschenen artikel in het tijdschrift 'De Navorscher' op een eerder verschenen artikel van Ds. Heldring over diens oudheidkundige opsporingen in Noord Holland en op de eilanden. In afwachting van verdere berichten van de dominee meldt Bruinvis wat hij weet over de Sommeltjes: "de Sommeltjeskuil, 10 min. beoosten St. Hypolitushoef op Wieringen, is mede sedert geruime tijd verdwenen, zijnde gevuld en in bouwland herschapen thans toebehorende aan Nan Scheltus, welke, voor weinige jaren, toen er enige ophef van gemaakt werd, heeft laten graven, waardoor een ring en enkele penninkjes (welke) werden gevonden. De naam wordt nog in eene nabijzijnde boerenwoning, de Kuil geheeten, bewaard. Vandaar haalden de Sommeltjes 's nachts een ketel om beuling (worst) te koken en brachten hem, voor de menschen opkwamen, weder glad geschuurd, met twee beulingen er in, terug. Voorts sponnen en werkten zij voor de lieden."

Of de mensen in die tijd zo bijgelovig waren dat zij echt in het bestaan van Sammeltjes geloofden weten wij niet. Wel vonden ze het geen bezwaar om dicht bij de Sammeltjeskuil te gaan wonen. Deze lag immers bijna midden in de oude buurtschap Zandburen.

Locatie van de Sammelkeskuul

Rest nog de vraag: waar lag de Sammeltjeskuil precies?

De twee schrijvers Heldring en Bruinvis beweren dat deze gelegen moet hebben 15 min. ten N.O. van Hippolytushoef. Dr. W.J. de Boone, redacteur van het tijdschrift "Westerheem", schrijft in 1953 in een artikel o.a. dat hij in een gesprek met dr. J. Daan aan haar heeft gevraagd waarom zij in haar uitvoerige dissertatie over Wieringen de plaats van de Sammeltjeskuil niet heeft aangegeven. De schrijfster zegt dat het haar spijt dat zij die, ondanks herhaalde pogingen, niet heeft kunnen lokaliseren. Kennelijk zijn de Wieringers de juiste plaats vergeten.

Op 17 okt.1960 schrijft dr. de Boone namens de Archeologische Werkgemeenschap voor Westelijk Nederland een brief aan de gemeente. Daarin vertelt hij over het gesprek met mevr. Daan en dat hijzelf denkt dat de plaats van de Sammeltjeskuil gevonden kan worden. Hij citeert uit Van der Aa: "Ter plaatse, waar deze boerderij (nl. Sommeltjeskuil) gestaan heeft, is vroeger een heidensch kerkhof geweest waar men nog vele scherven vindt, welke in walletjes en omliggende velden gevonden worden. De tot deze hofstede behoord hebbende gronden beslaan eene oppervlakte van ong. 5 bunder en worden thans in eigendom bezeten door de heer Nan Scheltus en anderen woonachtig te Wieringen."

De gemeentesecretaris beantwoordt op 10 febr. 1961 de brief als volgt:
"De Sammeltjeskuil heeft zich bevonden op landerijen aan de Gemeenelandsweg, momenteel in gebruik bij S. Snooy, Gemeenelandsweg 14".
Volgens de gemeentesecretaris heeft meester J. Kuiper, hoofd Openbare Lagere School, hem verteld dat: "de Sammeltjeskuil de zandkuil moet zijn geweest waarin de kabouters hun pijpjes rookten. S. Snooy heet nog altijd 'Simon van de Zandkuil'. De zandkuil is niet meer te zien, wel nog de oude boerderij achter in het land." Meester Kuiper bedoelt een oude boerderij die nu ook is gesloopt. Daaruit blijkt dat de juiste plaats niet meer precies is aan te wijzen.

Tot voor kort waren de Sammeltjes onze plaatselijk bekende legendarische wezentjes. Sinds 2001 is daar verandering in gekomen door de uitgave van het kinderboek "Een nacht bij de Sammeltjes" van Hans Kuyper. Daarin wordt verteld hoe het meisje Marije samen met haar vader naar Wieringen reist en daar een verhaal hoort over de Sammeltjes en een verdwenen ketel. Nu kunnen kinderen overal in Nederland over de Wieringer Sammeltjes lezen.

Dit verhaal is een bewerkte versie van een deel van het artikel over de geschiedenis van Zandburen, geschreven door T. Hoogschagen-Metselaar en verschenen in Op de Hgte (tijdschrift van de Historische Vereniging Wieringen) jaargang 2005, nr. 3

Bronnen:

Regionaal Archief Alkmaar
C.J. Bruinvis - De Sommeltjesberg op Texel en de Sommeltjeskuil bij St. Hypolitushoef op Wieringen. In: de Navorscher jrg 3, 1853 pg 51
Van der Aa - Aardrijkskundig woordenboek, deel 10 uit 1847 pag. 579
J. Schuyf - Heidens Nederland; zichtbare overblijfselen van een niet-christelijk verleden. Utrecht 1995.

Meer legendes
de steen van Westerklief - volksgeloof rond de grote staande steen

de kerk van Stroe - heidense kapel, Noormannenpoorten en verloren schatten

de Oosterlander kerk - mystiek centrum en een klooster op Vatrop?

Graancirkels op Wieringen - een eigen onderzoek naar de graancirkel die in augustus 2000 op Wieringen is gevonden.


De stad Grebbe
Aan de legendarische stad Grebbe is in het geschiedenisdeel een aparte pagina gewijd. In de verhalen over Grebbe wordt wel gezegd dat er reuzen woonden. De vondst van grote sarcofagen in de Wieringerwaard in de 18e eeuw leek dat te bevestigen, maar de botten in de sarcofagen waren van mensen van gewone lengte.
Waarschijnlijk klinkt in het verhaal van de stad die onder het water verdwijnt de echo van de grote vloedramp van ca. 1180 waardoor Wieringen definitief een eiland werd.
© Pagowirense.nl 1997-2007
naar begin van pagina
Kixtart.nl ||| start / English | geschiedenis | legendes | oude foto's | dorpen | volkslied | links | zoeken